De grondstof wordt gewonnen als het harsachtige afscheidingsproduct van de kleine lakschildluis (Coccus lacca of de commercieel gekweekte soort Laccifer lacca), een boomluis die voornamelijk voorkomt op diverse boomsoorten in India en omringende landen. De schellak wordt van de boomtakken geschraapt en gedroogd. Eventueel wordt het gefilterd door het te verwarmen en door een doek van bijvoorbeeld jute te laten lekken. Het wordt verhandeld in tabletten of schilfers in verscheidene kleurgradaties van blond (gezuiverd) tot donker. Bij verwerking is het op zich niet giftig, maar de alcohol waarin het opgelost wordt, kan dat wel zijn. 

Schellak is een thermoplastisch materiaal, wat wil zeggen dat het zacht wordt bij verwarming. In gesmolten toestand kan schellak vermengd worden met een vulmateriaal (zoals houtpoeder of een minerale vulstof) en onder invloed van druk en temperatuur in een vorm geperst worden.

Schellak is het hoofdbestanddeel in politoer en wordt ook gebruikt om beukenhout te bewerken, zodat het geschikt is als isolatiesteun in elektrische schakelborden en dan resarm wordt genoemd. Het werd ook wel gebruikt als isolatiemateriaal voor elektriciteitsdraden. Een voorbeeld is een transformator, waarbij de draad strak moet worden opgewikkeld met een zo dun mogelijke afscheiding ertussen. Hiervoor werd schellak gebruikt omdat het ook in kleine hoeveelheden al een zeer goede elektrische isolatie biedt.

Lees meer over politoer en schellak op Wikipedia